De stemming onder Nederlandse ondernemers is in het tweede kwartaal van 2026 fors verslechterd. Vooral de industrie kijkt met meer onzekerheid naar de toekomst. Toch blijven veel maakbedrijven investeren in personeel, productie en export. Dat blijkt uit de nieuwste Conjunctuurenquête Nederland (COEN) van het CBS.
Het ondernemersvertrouwen in Nederland is in het tweede kwartaal van 2026 gedaald naar -14,8. Daarmee is sprake van de grootste terugval sinds begin 2022 en het laagste niveau sinds eind 2022. In alle bedrijfstakken nam het vertrouwen af.
Voor de maakindustrie is vooral opvallend dat de onzekerheid sterk is toegenomen. Volgens het CBS behoort de industrie samen met transport en logistiek tot de sectoren waar ondernemers momenteel de meeste onzekerheid ervaren. Geopolitieke spanningen, economische onzekerheid en internationale handelsontwikkelingen spelen daarbij een belangrijke rol.
Personeel blijft schaars
Ondanks de verslechterde stemming is van een acute terugval in de industrie geen sprake. De bezettingsgraad van de industriële productiecapaciteit bleef vrijwel stabiel op 78,6 procent. Daarmee ligt de benutting nog altijd onder het langjarig gemiddelde, maar bleef een verdere daling uit. Dat suggereert dat veel bedrijven nog steeds over voldoende capaciteit beschikken om extra vraag op te vangen wanneer de markt aantrekt.
Arbeidsmarktkrapte blijft ondertussen een van de grootste uitdagingen voor de sector. Ruim 30 procent van de ondernemers noemt personeelstekorten als belangrijkste belemmering voor de bedrijfsvoering. Hoewel dat percentage iets lager ligt dan een jaar geleden, blijft het tekort aan vakmensen veruit de meest genoemde rem op groei.
Opvallend is dat ondernemers ondanks de economische onzekerheid nog steeds positief zijn over hun personeelsbestand. De personeelsindicator kwam uit op 4,3 en ligt daarmee boven het langjarig gemiddelde. Dat wijst erop dat veel bedrijven hun medewerkers willen behouden in afwachting van betere marktomstandigheden.
Voorzichtig optimisme
Voor exportgerichte maakbedrijven bevat het onderzoek ook een positieve boodschap. Bedrijven met buitenlandse afzetmarkten verwachten nog altijd een groei van hun exportomzet. Wel zijn zij minder optimistisch dan een jaar geleden. Tegelijkertijd beoordelen exporteurs hun internationale concurrentiepositie iets gunstiger dan vorig jaar.
Dat beeld sluit aan bij eerdere signalen uit de industrie: de vraag vanuit het buitenland blijft aanwezig, maar bedrijven houden nadrukkelijk rekening met geopolitieke risico’s en mogelijke verstoringen van internationale handelsstromen.
Ondanks het negatieve ondernemersvertrouwen zijn de verwachtingen voor het lopende kwartaal niet uitsluitend somber. Ondernemers verwachten per saldo nog steeds een stijging van omzet en verkoopprijzen. Wel is het optimisme duidelijk minder groot dan een jaar geleden.
Voor de maakindustrie lijkt daarmee een dubbel beeld te ontstaan. Enerzijds groeit de onzekerheid en blijft het economische sentiment zwak. Anderzijds blijven productie, export en werkgelegenheid redelijk op peil. Veel bedrijven lijken zich daarom voor te bereiden op herstel, terwijl zij tegelijkertijd rekening houden met een langere periode van economische tegenwind.
De grootste uitdaging voor de komende maanden blijft volgens de enquête niet zozeer een gebrek aan vraag, maar het vinden van voldoende gekwalificeerd personeel en het omgaan met een steeds onvoorspelbaarder internationaal speelveld.
De stemming onder Nederlandse ondernemers is in het tweede kwartaal van 2026 fors verslechterd. Vooral de industrie kijkt met meer …
De Nederlandse MKB-maakindustrie kan een veel grotere rol spelen bij het versterken van Defensie dan nu gebeurt. De kennis, productiecapaciteit …
De prestatie van de Nederlandse productiesector was in mei het sterkst in bijna vier jaar. De instroom van nieuwe orders …
LeydenJar heeft de Peter Wennink Tech Award 2026 gewonnen, een prijs van FME voor technologische doorbraken met economische en maatschappelijke …