21 november 2025 - 6 min leestijd

Omslag nodig om te profiteren van automatisering en hogere defensie-uitgaven

De Nederlandse machine-industrie gold het afgelopen decennium als groeiparel van de economie. Tussen 2013 en 2023 groeide de sector met gemiddeld 9,5% per jaar, bijna vijf keer zo snel als de rest van de industrie. Die groei komt echter vrijwel volledig op het conto van de chipmachinemakers, onder aanvoering van ASML. Voor de overige machinebouwers – producenten van onder meer verpakkings-, metaalbewerkings- en voedselverwerkingsmachines – zijn de marktomstandigheden structureel uitdagender. Toenemende concurrentie uit China, oplopende kosten en een hardnekkig tekort aan technisch personeel drukken de resultaten. Tegelijkertijd ontstaan er kansen in automatisering, digitalisering en de defensiesector, mits bedrijven erin slagen hun innovatiekracht te vergroten.

De machine-industrie is in tien jaar tijd uitgegroeid tot een sector van betekenis. Het aandeel in de Nederlandse economie nam toe van 1,3% in 2013 tot 2,3% in 2023. De groei van de toegevoegde waarde lag ruim vijftien keer hoger dan het Europese gemiddelde. Toch kent deze groei twee gezichten. De chipmachinemakers – met ASML, ASM en BE Semiconductor Industries (Besi) als zwaargewichten – domineren inmiddels de sector. In 2024 was hun gezamenlijke omzet goed voor circa 64% van de totale machine-industrie, waarbij ASML alleen al 57% vertegenwoordigde.

Voor de overige machine-industrie, die uiteenlopende toepassingen bedient, bleef de groei achter. Deze bedrijven produceren onder meer pompen, compressoren, turbines, industriële ovens, klimaatsystemen en machines voor agrifood, kunststofverwerking en robotica. Hun gemiddelde omzetgroei bedroeg de afgelopen vijf jaar slechts 2,5% per jaar – fors minder dan de totale industrie (7%) en verwaarloosbaar vergeleken met de 19% per jaar van het chipsegment. Ook de winstgroei bleef beperkt tot 3,5% per jaar, tegenover 13% voor de industrie als geheel.

Toenemende druk van buitenaf

De marktomstandigheden voor traditionele machinebouwers zijn verslechterd. De Europese economie stagneert, geopolitieke spanningen blijven aanhouden en de export groeit nog maar mondjesmaat. Zo’n 80% van de toegevoegde waarde van de sector wordt in het buitenland verdiend, maar de uitvoer van machines bleef de laatste jaren achter bij de totale goederenexport.

Tegelijkertijd neemt de dreiging van Amerikaanse invoerheffingen toe. De Verenigde Staten zijn inmiddels de tweede exportmarkt voor Nederlandse machinebouwers, goed voor 8% van de uitvoer in 2024. Mochten de aangekondigde heffingen van 25% op Europese producten doorgaan, dan raakt dat een aanzienlijk deel van de exportpositie.

Een nog fundamentelere uitdaging komt echter uit China. Waar Chinese fabrikanten vroeger bekendstonden om hun kopieën van westerse machines, zijn veel van hun producten inmiddels kwalitatief vergelijkbaar of zelfs beter. Door lagere lonen, energieprijzen en grondstofkosten, aangevuld met stevige overheidssubsidies, kunnen Chinese producenten tegen aanzienlijk lagere prijzen leveren. Nederlandse importcijfers bevestigen deze trend: de invoer van gespecialiseerde Chinese machines groeide de afgelopen tien jaar met gemiddeld 14% per jaar.

De eurozone heeft daardoor terrein verloren in de prijsconcurrentie. Terwijl de nominale wisselkoers stabiel bleef, daalden de Chinese producentenprijzen met ruim 15%. Hierdoor is de prijs-kwaliteitverhouding in steeds meer markten in Chinees voordeel verschoven.

Structurele kostenstijgingen

Naast internationale concurrentie kampen machinebouwers met stijgende binnenlandse kosten. Door inflatie en personeelstekorten zijn de lonen in de sector fors opgelopen. Energieprijzen liggen structureel hoger dan in omringende landen, en de regeldruk – onder meer rond verduurzaming, stikstof en rapportageverplichtingen – is toegenomen. De Europese Commissie heeft weliswaar aangekondigd de administratieve lasten te verlagen, maar daarvan is in de praktijk nog weinig merkbaar.

Personeelskrapte vormt de grootste rem op groei. De sector telt inmiddels ruim 100.000 werknemers, een derde meer dan tien jaar geleden, maar kampt desondanks met structurele tekorten aan technisch geschoold personeel. Vooral ingenieurs, softwareprogrammeurs en ervaren mbo’ers zijn schaars. De wervingskracht van grote chipmachinemakers vergroot die spanning: zij trekken veel talent weg bij kleinere, traditionele bedrijven.

Uitdagingen als motor voor verandering

De druk van concurrentie en personeelstekort is niet alleen negatief. Veel productiebedrijven zien zich genoodzaakt verder te automatiseren, wat de vraag naar machines structureel stimuleert. Daarnaast ontstaan groeikansen in andere markten.

De defensie-industrie is daarvan een voorbeeld. Europese overheden verhogen hun defensiebudgetten fors – Nederland alleen al met ruim €3 miljard. Machinebouwers die leveren aan defensie of aan diens toeleveranciers profiteren daarvan. Ook de energietransitie en digitalisering zorgen voor nieuwe marktvraag, onder meer in elektrificatie van productieprocessen, datacenters en energie-infrastructuur. De internationale agrifoodsector blijft daarnaast een stabiele afzetmarkt voor automatiseringsoplossingen.

Geografisch liggen de grootste groeimarkten buiten Europa. De export naar China en de VS steeg in 2023–2024 respectievelijk met 55% en 16%. Binnen Europa deden vooral België, Polen, Denemarken en Spanje het goed. Duitsland, nog steeds de grootste afnemer van Nederlandse machines, importeerde daarentegen 2% minder.

Een omslag is noodzakelijk

Ondanks deze kansen staat de traditionele machine-industrie op een kruispunt. Gemeten over de periode 2013–2024 is de omzet per saldo licht gedaald, met gemiddeld 0,5% per jaar. Zonder structurele vernieuwing dreigt verdere krimp.

De sleutel ligt in een snellere adoptie van digitale technologieën, zoals kunstmatige intelligentie, data-analyse en procesautomatisering. Zoals ook de Europese Commissie en voormalig ECB-president Draghi benadrukken, is de snelheid waarmee bedrijven nieuwe technologieën toepassen bepalend voor productiviteitsgroei en concurrentiekracht.

Veel machinebouwers erkennen dat de hardware zelf steeds minder onderscheidend is. Toegevoegde waarde ontstaat vooral in de manier waarop machines bijdragen aan procesoptimalisatie bij de klant. Bedrijven die hun klanten helpen om productieprocessen efficiënter, flexibeler en duurzamer te maken, creëren een structureel voordeel.

Daarbij groeit de rol van dienstverlening. Predictive maintenance – onderhoud op basis van data en algoritmes – kan stilstand minimaliseren en prestaties verbeteren. Door prestatiecontracten te sluiten ontstaan stabielere inkomstenstromen. Grotere machinebouwers ontwikkelen daarnaast eigen consultancy-afdelingen om klanten te adviseren over procesoptimalisatie en integratie van machinedata.

Software wordt hierbij de belangrijkste onderscheidende factor. De koppeling van machines met andere systemen in de fabriek en de analyse van productiegegevens bieden aanzienlijke efficiëntiewinsten. Het zwaartepunt verschuift zo van hardware naar software en van product naar totaaloplossing.

Interne processen: digitalisering en schaalgrootte

Niet alleen de klantbediening, ook de interne organisatie moet digitaler en efficiënter. Hoewel robotisering in de Nederlandse industrie toeneemt, bevindt de digitaliseringsgraad zich nog op een relatief laag niveau. Slechts 8% van de machinebouwers is sterk gedigitaliseerd. Goed geïntegreerde ERP-systemen, gestroomlijnde logistiek en datagedreven besluitvorming zijn noodzakelijk om concurrerend te blijven.

Grotere bedrijven lopen daarbij voorop. Digitalisering, R&D en AI vergen hoge investeringen waarvan de baten pas later zichtbaar zijn. Schaalvergroting en consolidatie binnen de sector vergroten daarom de slagkracht. Toch telt nog altijd ruim 60% van de machinebouwers minder dan twintig werknemers. Verdere consolidatie ligt dus voor de hand.

Om sneller te kunnen ontwikkelen en onderhoud efficiënter te organiseren, zetten machinebouwers steeds meer in op gestandaardiseerde modules. Dit verkort de doorlooptijd en maakt maatwerk binnen vaste kaders mogelijk. Tegelijkertijd groeit de aandacht voor risicobeheersing. Door geopolitieke spanningen en verstoringen in aanvoerlijnen kiezen bedrijven vaker voor een local-for-local-strategie: produceren en sourcen dichter bij de afzetmarkt. Dat verkleint afhankelijkheden, vermindert transportkosten en vergroot de duurzaamheid van de keten.

Conclusie: innoveren of krimpen

De Nederlandse machine-industrie heeft het afgelopen decennium uitzonderlijk gepresteerd, maar de groei is smal gedragen. De dominantie van chipmachinemakers maskeert de stagnatie van traditionele spelers. Zij staan nu voor een strategische keuze: investeren in digitale vernieuwing, dienstverlening en schaalvergroting, of terrein verliezen aan buitenlandse concurrenten.

Wie erin slaagt technologie en service te combineren, kan profiteren van structurele trends als automatisering, digitalisering en hogere defensie-uitgaven. Wie vasthoudt aan het traditionele model van machineproductie alleen, dreigt ingehaald te worden – niet door het tempo van de markt, maar door het eigen gebrek aan verandering.

Deel dit artikel

Blijf op de hoogte, schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Meld je aan voor de wekelijkse nieuwsbrief van TechniShow met al het nieuws uit de productietechnologie!
Aanmelden