Volgens DNB blijkt uit cijfers van Eurostat dat de productiviteitsgroei in Nederland in de periode 2013-2023 gemiddeld 0,4% per jaar bedroeg, wat significant lager is dan in de voorgaande tien jaar. DNB nuanceert dit beeld door de focus te leggen op de ‘relevante marktsector’, zoals industrie en handel, waar productiviteit beter te meten is. Volgens DNB is de productiviteitsgroei in deze sectoren stabiel gebleven op gemiddeld 1,1% per jaar. De maakindustrie speelt een sleutelrol in het positieve beeld dat DNB schetst.
Het onderscheid is cruciaal omdat sectoren zoals zorg, onderwijs en gaswinning, waar productiviteit moeilijk meetbaar of vertekend is, buiten beschouwing worden gelaten. Zo heeft de stapsgewijze sluiting van de Groningse gasvelden vanaf 2014 een aanzienlijke impact gehad op de totale economische productiviteit.
De maakindustrie speelt een sleutelrol in het positieve beeld dat DNB schetst. Met een toegevoegde waarde van gemiddeld 93 euro per gewerkt uur behoort de Nederlandse industrie samen met Ierland tot de Europese top. Dit biedt een belangrijk concurrentievoordeel en laat zien dat Nederlandse bedrijven in staat zijn om hoogwaardig te produceren.
Technologische achterstand
Toch blijven uitdagingen bestaan. Vooral in de technologie- en ICT-sectoren loopt Nederland achter. De arbeidsproductiviteit in deze sectoren groeide in Nederland met slechts 0,6% per jaar in de afgelopen tien jaar, terwijl de VS een indrukwekkende 5,6% noteerde. Deze achterstand benadrukt de noodzaak van gerichte investeringen in technologie en innovatie.
De bevindingen van DNB onderstrepen dat technologische innovatie een sleutelrol speelt in het verhogen van de arbeidsproductiviteit. Voor MKB-bedrijven in de maakindustrie biedt dit kansen. Slimme toepassingen van kunstmatige intelligentie en automatisering kunnen processen efficiënter maken, terwijl investeringen in scholing en kennisoverdracht helpen om een toekomstbestendige workforce te creëren.
Daarnaast wijzen de onderzoekers op het belang van samenwerking en het wegnemen van barrières binnen de Europese interne markt. Een meer flexibele arbeidsmobiliteit en verbeterde toegang tot kapitaal kunnen de productiviteit verder stimuleren.
Dus hoewel Nederland qua arbeidsproductiviteit stabiel presteert in de marktsector, is er geen ruimte voor zelfgenoegzaamheid. De maakindustrie kan profiteren van technologische innovaties en investeringen in kennis en samenwerking. Zo blijft de sector een drijvende kracht achter economische groei en behoudt Nederland zijn sterke positie op de Europese en mondiale markt.
De Nederlandse industrie beschikt over de technologie, kennis en bedrijven om verder te groeien, maar investeringen dreigen uit te blijven …
Michiel Barendse is per 10 augustus 2026 aangetreden als CEO van Andra Tech Group. Hij neemt deze rol over van …
Op 29 en 30 september houdt Fanuc Benelux twee afzonderlijke evenementen bij Style CNC Machines in Bunschoten, elk met een …
De Nederlandse chipindustrie heeft in 2025 een omzet van bijna 46 miljard euro gerealiseerd. Daarmee is de omzet van de …