Tijdens EMO 2025 legde CECIMO-mandataris Marcus Burton de vinger op de zere plek: de Europese machine-toolindustrie verkeert in zwaar weer, met teruglopende productie- en consumptiecijfers, maar er gloort een perspectief voor een comeback in 2026.
Volgens Burton daalde de Europese productie van machine-tools in 2024 met 9,2 %, tot circa € 25,1 miljard ten opzichte van 2023. En de vooruitzichten voor 2025 zijn niet hoopgevend: hij verwacht een verdere daling van ongeveer 8,6 %. Daardoor zal het wereldmarktaandeel van Europa in 2025 naar verwachting zakken tot 31,5 %, tegenover 34 % in 2024.
Tegelijkertijd kromp de consumptie in de CECIMO-landen in 2024 met 16 %, en wordt voor 2025 een verdere afname van 3,6 % verwacht. De orderontwikkelingen zijn enigszins heterogeen: in het tweede kwartaal van 2025 daalde de orderportefeuille met 2 % ten opzichte van het voorgaande kwartaal, maar vergeleken met Q2 2024 was er een stijging van 6 %, vooral dankzij buitenlandse orders.
In zijn slotbeschouwing waarschuwde Burton dat de cijfers van de afgelopen twee jaar “een negatief beeld” vormen, sterk beïnvloed door geopolitieke, handels- en economische onzekerheden. Toch ziet hij licht aan de horizon: hij verwacht dat in 2026 de bestellingen en consumptie weer aantrekken, hetgeen het herstel ten goede zal komen.
Waarom deze terugval?
Burton legt de oorzaken laag bij de grond: de internationale context is grillig. Handelsconflicten, stijgende rente, wisselende wisselkoersen, fragmentatie in toeleveringsketens, en grotere geopolitieke spanningen hebben hun tol geëist. Daarbij komt dat buitenlandse concurrentie en verschuivingen in de wereldproductie capaciteit uithollen.
Wat voor Europa extra moeilijk is: het klimaat van regulering en de eisen op energie, duurzaamheid en digitalisering — hoewel ook kansen — vormen een extra druklaag voor bedrijven die al marginaal opereren.
Burton benadrukte dat alleen door intensieve samenwerking tussen nationale machine-toolverenigingen, gezamenlijke initiatieven en flexibele strategieën vooruitgang geboekt kan worden. Hij poneert een paar kernlijnen van beleid en initiatief. Om concurrerend te blijven zal de industrie verder moeten inzetten op automatisering, digitalisering, energie-efficiëntie en duurzame ontwerpen. Verder is marktdiversificatie en exportfocus nodig. Om afhankelijkheid van zwakkere thuismarkten te verminderen is groei in export en buiten-Europa markten cruciaal.
Ten derde moet het ondernemersklimaat beter. Stimulansen, investeringszekerheid, handelsvoorwaarden en financieringsmogelijkheden moeten kloppen om bedrijven het vertrouwen te geven. Tot slot speelt het personeelstekort nog steeds parten. Het vinden, opleiden en behouden van talent (met vaardigheden in digitalisering, robotica, data-analyse) is essentieel voor het doorvoeren van transities naar Industry 4.0.
Hoewel Burton voorzichtig is, gelooft hij dat 2026 het jaar kan worden waarin het tij keert — mits de juiste voorwaarden samenkomen. Stijgende demand, verbetering van economische condities, hernieuwde investeringen en sterkere orderintake zouden de sector kunnen stabiliseren en geleidelijk herstel brengen.
De Nederlandse productiesector deed het in maart goed met de eerste toename van het aantal nieuwe orders dit kwartaal, onder …
De Nederlandse maakindustrie kan zich geen stilstand meer veroorloven. Terwijl productiviteit achterblijft en de druk op kosten en personeel toeneemt, …
Met de introductie van de LT14 Fiber op de Tube 2026, zal BLM Group een Fiber buislaser presenteren voor groot …
Op de beursvloer van de TMTS in Taichung overheerst deze week optimisme. Standhouders tonen nieuwe CNC-machines, automatiseringsoplossingen en slimme productielijnen. …