De Nederlandse elektrotechnische en machine-industrie heeft in het tweede kwartaal van 2026 6,8 procent meer omzet geboekt dan in dezelfde periode vorig jaar. Ook de metaalindustrie zag de omzet toenemen, met 2,4 procent. De cijfers passen in het beeld van een aantrekkende Nederlandse maakindustrie.
De omzet van de totale Nederlandse industrie lag in het tweede kwartaal 8,4 procent hoger dan een jaar eerder, blijkt uit nieuwe cijfers van het CBS. De groei kwam vooral uit het buitenland. De buitenlandse omzet steeg met 9,7 procent, terwijl op de Nederlandse markt 6,1 procent meer omzet werd gerealiseerd.

De elektrotechnische en machine-industrie behoorde met een omzetgroei van 6,8 procent tot de beter presterende industriële branches. Ook andere delen van de maakindustrie lieten groei zien. De transportmiddelenindustrie boekte 4,3 procent meer omzet en de metaalindustrie 2,4 procent.
De cijfers sluiten aan bij de ontwikkeling van de industriële productie. Het CBS meldde eerder deze maand dat de productie van de Nederlandse industrie in juni bijna 5 procent hoger lag dan een jaar eerder. Vooral de machine-industrie produceerde meer. Daarmee lijkt de machinebouw een belangrijke bijdrage te leveren aan het huidige herstel van de Nederlandse industrie.
Sterke exportgroei
Voor de Nederlandse maakindustrie is vooral de ontwikkeling van de buitenlandse omzet relevant. Die steeg over de gehele industrie met 9,7 procent ten opzichte van het tweede kwartaal van 2025. De binnenlandse omzet nam met 6,1 procent toe. Een jaar eerder stond de industriële omzet nog onder druk.
De totale omzetgroei van 8,4 procent geeft overigens een wat vertekend beeld van de ontwikkeling van de industrie. De sterkste stijging vond plaats bij raffinaderijen en de chemische industrie, waar de omzet met 31,2 procent toenam. Vooral de aardolie-industrie was daarvoor verantwoordelijk. De omzet daarvan steeg met 83 procent, mede doordat de afzetprijzen 40,5 procent hoger lagen dan een jaar eerder. Bij de elektrotechnische en machine-industrie is de ontwikkeling minder extreem, maar voor de maakindustrie wel relevant omdat de omzetgroei samengaat met een hogere productie.
Ondernemers positiever
Ook voor het derde kwartaal zijn industriële ondernemers relatief positief. Per saldo verwacht 15,5 procent van de ondernemers een omzetstijging. Sinds het tweede kwartaal van 2022 waren ondernemers volgens het CBS niet meer zo positief over hun omzetverwachting. Een kwartaal eerder rekende per saldo 7,6 procent op omzetgroei.
Tegelijkertijd blijven er knelpunten. Een tekort aan arbeidskrachten wordt door 26,6 procent van de industriële ondernemers als belangrijkste belemmering genoemd. Voor 24,6 procent is onvoldoende vraag het grootste probleem. Bijna een derde van de ondernemers zegt momenteel geen belemmeringen in de bedrijfsvoering te ervaren. Ook het aantal faillissementen nam iets toe. In het tweede kwartaal gingen 79 industriële bedrijven failliet. Dat waren er vijf meer dan een jaar eerder en zes meer dan in het eerste kwartaal van 2026.
De Nederlandse elektrotechnische en machine-industrie heeft in het tweede kwartaal van 2026 6,8 procent meer omzet geboekt dan in dezelfde …
Nederland werkt aan een Nationale Agenda Cognitieve Robotica (NACR) om de ontwikkeling én toepassing van slimme robots in de maakindustrie …
WEMO Nederland B.V. uit ’s-Hertogenbosch is failliet verklaard. De rechtbank Oost-Brabant sprak het faillissement op 5 augustus uit. De producent …
De Nederlandse maakindustrie bevindt zich midden in een nieuwe fase van digitalisering. Industry 4.0 vormt daarbij nog steeds de technologische …