De Nederlandse maakindustrie blijft een van de belangrijkste pijlers onder de economie, maar de motor begint steeds minder hard te draaien. Dat blijkt uit het nieuwe National Productivity Board Annual Report 2025 van het Centraal Planbureau (CPB). Volgens het rapport is de productiviteitsgroei binnen de industrie de afgelopen decennia sterk teruggelopen. Juist die afzwakkende groei vormt een belangrijke verklaring voor de stagnerende ontwikkeling van de Nederlandse economie.
De arbeidsproductiviteit in de marktsector daalde in 2024 met 0,1 procent. Daarmee past vorig jaar in een langere trend van zwakke productiviteitsgroei. Opvallend is dat het CPB de oorzaak niet zozeer zoekt in de verschuiving van werkgelegenheid van industrie naar dienstverlening – een ontwikkeling die vaak wordt genoemd – maar vooral in de afnemende productiviteitsgroei binnen de sectoren zelf. De industrie speelt daarin een belangrijke rol.
Uit de analyse blijkt dat de jaarlijkse productiviteitsgroei binnen de maakindustrie is teruggevallen van ruim 8 procent in de periode 1995-2008 naar circa 2,6 procent tussen 2009 en 2019. Daarmee behoort de industrie tot de sectoren waar de terugval het grootst is. Volgens het CPB zijn daarvoor verschillende oorzaken aan te wijzen. Zo nemen de extra productiviteitswinsten van de microchiprevolutie af en zijn de voordelen die bedrijven jarenlang haalden uit het verplaatsen van productie naar lagelonenlanden grotendeels uitgewerkt. Ook investeringen in ICT leveren minder extra productiviteit op dan rond de eeuwwisseling.
Verhogen
Tegelijkertijd benadrukt het CPB dat de industrie nog altijd een van de meest productieve onderdelen van de Nederlandse economie is. De verschuiving van arbeid richting dienstverlening verklaart volgens de onderzoekers slechts een klein deel van de vertraging van de economische groei. De belangrijkste uitdaging ligt juist in het opnieuw verhogen van de productiviteit binnen de industrie zelf.
Het rapport laat bovendien zien dat de verschillen tussen productiebedrijven groter worden. Vooral in de sector computer-, elektronische en optische producten lopen de productiviteitsverschillen tussen koplopers en achterblijvers verder op. Dat wijst erop dat een beperkte groep bedrijven erin slaagt nieuwe technologieën succesvol toe te passen, terwijl een grotere groep achterblijft.
Daarnaast signaleert het CPB een ontwikkeling die op langere termijn zorgwekkend kan zijn: werknemers komen steeds vaker terecht bij relatief minder productieve bedrijven. Daardoor werkt het mechanisme waarbij de meest innovatieve ondernemingen sneller groeien en talent aantrekken minder goed dan voorheen. Het CPB spreekt in dit verband van een verzwakking van het proces van ‘creatieve destructie’, waarbij minder productieve bedrijven plaatsmaken voor productievere concurrenten.
Voor de Nederlandse maakindustrie ligt daarmee een duidelijke opgave. Nieuwe investeringen in digitalisering, automatisering, robotisering en kunstmatige intelligentie zullen zich niet alleen moeten vertalen in technologische vernieuwing, maar vooral in een hogere productiviteit op de werkvloer. Volgens het CPB is juist daar de grootste winst voor de Nederlandse economie te behalen.
Iscar Nederland en Toolmanagers hebben een samenwerking opgezet voor het herslijpen van volhardmetalen Iscar-gereedschappen. Onder de naam Toolgrind Iscar introduceren …
De Nederlandse maakindustrie blijft een van de belangrijkste pijlers onder de economie, maar de motor begint steeds minder hard te …
Na drie jaar van krimp lijkt de Nederlandse maakindustrie in 2026 weer duidelijk de weg omhoog te vinden. Volgens een …
Naar aanleiding van de door het kabinet gepresenteerde plannen voor een nieuwe mbo-bekostiging waarschuwt FME dat de voorstellen onvoldoende zijn …