3 september 2026 - 4 min leestijd

Industriecoalitie: randvoorwaarden cruciaal voor investeringen in maakindustrie

De Nederlandse industrie beschikt over de technologie, kennis en bedrijven om verder te groeien, maar investeringen dreigen uit te blijven doordat belangrijke randvoorwaarden niet op orde zijn. De Industriecoalitie roept kabinet en Tweede Kamer daarom op snel werk te maken van de aanbevelingen uit het rapport-Wennink. Vooral hoge netkosten, regeldruk, vergunningverlening en oneerlijke concurrentie uit Azië vormen volgens de coalitie een rem op nieuwe investeringen.

De Industriecoalitie doet de oproep voorafgaand aan het Kamerdebat van 3 september over het rapport-Wennink. De coalitie benadrukt daarbij het belang van de Nederlandse basisindustrie voor onder meer de hightechsector, defensie en het mkb. Chemie, metaal, raffinage en industriële gassen staan volgens de organisaties aan het begin van veel industriële ketens en zijn daarmee ook van groot belang voor de Nederlandse maakindustrie. 

Volgens de coalitie liggen er volop mogelijkheden om te investeren in verduurzaming, innovatie en sterkere industriële ketens. Het probleem zit niet zozeer in een gebrek aan technologie of bedrijven, maar in de omstandigheden waaronder bedrijven investeringsbeslissingen moeten nemen. “De investeringskansen zijn er”, stelt de coalitie. “De technologie en de bedrijven zijn er. Wat ontbreekt, zijn vooral de randvoorwaarden en zekerheden om investeringen ook daadwerkelijk mogelijk te maken.” 

Hoge netkosten

Een belangrijk knelpunt zijn de elektriciteitskosten. Volgens de Industriecoalitie zijn de nettarieven in Nederland de afgelopen jaren vertienvoudigd en liggen de elektriciteitskosten voor industriële bedrijven aanzienlijk hoger dan in omringende landen. Voor sommige fabrieken zouden de netkosten zijn gestegen van enkele miljoenen naar tientallen miljoenen euro’s per jaar. Dat maakt onder meer elektrificatie van productieprocessen moeilijker. 

De coalitie wil daarom dat beschikbare overheidsmiddelen al vanaf 2027 worden ingezet om de netkosten voor energie-intensieve industrie te verlagen. Op pagina 5 van het position paper wordt het verschil met concurrerende landen geïllustreerd: volgens de gebruikte cijfers liggen de effectieve stroomkosten voor grote industriële afnemers in Nederland duidelijk boven die in onder meer Frankrijk en Duitsland.

Ook voor de bredere maakindustrie is dat van belang. Niet alleen energie-intensieve productiebedrijven zelf worden geraakt; hogere kosten bij staal-, metaal- en chemiebedrijven werken verder door in industriële waardeketens. Tegelijkertijd zijn juist deze sectoren nodig voor investeringen in onder meer hightech, energietechnologie en defensie.

Minder Nederlandse regels

Daarnaast vraagt de Industriecoalitie om vermindering van de regeldruk en snellere vergunningverlening. Nederland zou volgens de organisaties te vaak aanvullende nationale regels invoeren bovenop Europese regelgeving. Zulke ‘nationale koppen’ leiden tot hogere kosten, meer administratie en langere procedures en kunnen Nederland daardoor minder aantrekkelijk maken voor industriële investeringen. 

De coalitie pleit onder meer voor een zogenoemde buurlandentoets, waarbij nieuw beleid wordt vergeleken met dat in omliggende landen. Ook zou er meer centrale regie moeten komen bij grote industriële investeringsprojecten. Nu kunnen projecten volgens de organisaties vastlopen tussen ministeries, provincies, omgevingsdiensten en andere uitvoeringsorganisaties. Per strategisch project zou daarom één verantwoordelijke bewindspersoon moeten worden aangewezen. 

Een derde aandachtspunt is de internationale concurrentie. De coalitie vraagt Nederland en Europa sneller op te treden tegen dumping en staatsgesteunde productie uit met name China. Daarbij gaat het niet alleen om staal en chemie. Het verdwijnen van Europese productie kan volgens de Industriecoalitie uiteindelijk ook de afhankelijkheid van de Nederlandse hightech- en maakindustrie vergroten. 

Ook investeringen in de verwerking van kritieke grondstoffen zijn volgens de coalitie noodzakelijk. Daarvoor wordt een investeringsorganisatie voorgesteld die, aanvullend op private financiering, jaarlijks ongeveer 500 miljoen euro kan investeren. Daarmee moet Nederland meer invloed krijgen op internationale materiaalstromen en de beschikbaarheid van kritieke grondstoffen. 

De kern van de oproep is daarmee dat versterking van de Nederlandse maakindustrie niet los kan worden gezien van de positie van de basisindustrie. Een krachtige basisindustrie vormt volgens de coalitie het fundament onder onder meer de hightechsector en defensie. Naast lagere kosten en minder regeldruk zijn daarvoor ook voldoende infrastructuur voor elektriciteit, waterstof, warmte en CO2 en meer vraag naar duurzame producten noodzakelijk. 

De position paper is te downloaden bij FME.

Deel dit artikel

Blijf op de hoogte, schrijf je in voor onze nieuwsbrief

Meld je aan voor de wekelijkse nieuwsbrief van TechniShow met al het nieuws uit de productietechnologie!
Aanmelden